Ik zag net het einde van de Truman show op Vt4...
Ik schreef daar eens een epiloog over...
Enjoy!
Het gevoeltje.Truman Burbank is echt. De rest niet.
Zijn leven speelt zich af in een wereld waarin een hele stad is nagebouwd voor een real-life
soap. Alle 'bewoners' zijn acteurs behalve één iemand: Truman Burbank de hoofdrolspeler van de 'show'. Hij is er als enige niet van op de hoogte dat hij in een
virtuele,
The Matrix-achtige wereld leeft omdat hij als kind is 'geadopteerd' door het bedrijf dat de film exploiteert. In de film ontdekt hij langzaam dat zijn leven een geregisseerde farce is. Uiteindelijk ontsnapt hij uit de handen van zijn geestelijk 'vader' Christof en trekt hij de wijde wereld in.
(Bron:
http://nl.wikipedia.org/wiki/The_Truman_Show)
Deze man, Truman, komt er achter dat bij hem gebeurt waar iedereen voor vreest…
Niks is echt.
Alle dingen die hem van jongs af aan zijn meegegeven blijken nep, lucht.
Ik probeer mijn gevoel neer te zetten door me te vergelijken met deze film, het lukt niet goed. Stel je voor dat je deze man bent…
Komaan, je wereld stort in!
Je pakt een bijl en slaat ieder levend wezen op je weg in drie stukken, het ene al groter dan het andere. Je zakt neer op je knieën op de grond en huilt, je huilt drie dagen tot je tranen je verdriet niet meer kunnen vertalen.
Je hoofd ontploft en je kan nergens heen, je bent een freak voor de rest van je leven en eindigt in een instelling waar je waarschijnlijk nog steeds gefilmd wordt.
De kijkcijfers dalen langzaam tot de show uiteindelijk uit de ether gaat en niemand huilt om jou, mensen vinden je flauw.
Je wil je verdriet veranderen in wraakgevoelens maar je hebt geen klep, geen uitgang, je weet niet meer wat gevoelens zijn want je gooide alles uit je hoofd nadat je het ontdekte.
Alles behalve de herinnering.
Het weten dat geluk bestond, dat het iets was waar je blij van werd.
Je weet niet meer wat blij zijn is. Je gaat niet meer naar de wc voor je behoefte, je laat het lopen, de vieze vlekken in je overall zijn nu deel van wat jij je nieuwe gevoel noemt.
Je kan het niet noemen want je praat met niemand.
Je hoofd schreeuwt om vulling, het wordt gek zonder gedachten, elke avond leegt het zich om de volgende ochtend te vergaan van angst.
Angst is terug? Herkenbaar breek je het weer af en je sterft die avond weer de gedachtedood.
Jaren leef je in deze onplaatsbare hel, je experimenteert met de onnoembare dingen die door je hoofd zweven. Je blijkt beter in staat je hoofd te controleren dan je ooit had gehoopt.
Hoop? Je plaatst het in de hoek van het blij.
Mogelijkheden te veel, als je hoop krijgt bij een nieuwe gedachte die je niet durft denken, sluit je die ’s avonds weer af.
De volgende dag creëer je dezelfde gedachte en vervang je hoop door die angst.
Het werkt! Je bent opnieuw baas in je lichaam en je geniet ervan.
Genot, geen probleem, voorlopig naast blij en hoop.
De interesse naar de andere, meer duistere dingen die je nu iets bewuster toch maar gevoelens gaat noemen is echter groter dan die van genot, blij en hoop. Elke avond beleef je angst in zijn diepste en ver weggestopte geheel. Angstaanjagend wordt je doel, je probeert het te zijn tegen jezelf. Het lukt en je breekt bijna weer kapot. De volgende dag besluit je te stoppen met angst.
Je neemt een nieuwe, die toch een bekende is. Pijn.
Eerst ga je aan de slag met de fysieke kant ervan maar je komt tot de conclusie dat het gevoel pijn intenser kan zijn dan met je lichaam alleen.
Je komt er achter dat je de meest exclusieve pijn kan opwekken door gebruik te maken van die hoop.
Je neemt blij en genot erbij, plezier is een vriend die je afslacht. Je bouwt maandenlang je hoop op, scheutig gietend met genot en veel blij.
Je kijkt nog even naar angst maar besluit die verslagen. Naast hoop creëer je twijfel en je zet de twee samen in een kamer in je hoofd. Je voedt de hoop nu met blije leugens en hoop slikt het allemaal gulzig op.
De twijfel geef je net genoeg aandacht om in leven te blijven als een waas die zich voortdurend buigt over hoop.
Dan sla je toe! Je trekt hoop weg en ziet wat er ligt: Niets! Het gat dat hoop achter liet begint zich langzaam maar zeker te vullen… Met, inderdaad, de lang verwachte pijn!
Je kneed de pijn met je harde handen. Handen die angst en hoop koesterden als erfgenamen van je schitterende onwetendheid. Je buit het uit, die pijn, je lijdt, je sluit af, je koestert en omarmt hem. Deze pijn was heerlijker dan de fysieke, dit gevoel was sterker dan die angst. Bijna besluit je om voor eeuwig in die pijn te blijven en plots is hij daar weer. Genot.
Teleurgesteld leg je pijn weer naast je neer als een boek dat je sluit. Je zweeft een paar maanden doorheen de sferen van angst, hoop, blij en dat zo verafschuwde genot. Je vertikt het om te breken en je gaat op zoek.
Er moet er nog een zijn, een die het wel is.