zondag 27 december 2009

Hoop.

In het begin was er hoop,
ik was een kind.

Ik werd puber, veel meer hoop op goeds voor mezelf.

Er werd een oudere broer.
Hij werd puber af.
En schreef:

Rondom mijn hart staat een hek.
De sleutel had ik zelf.
Ik liet Jezus binnen
En ik liet mensen binnen.
De mens nam een mes
En stak in mijn hart.
Ik deed het hek open
En gooide iedereen eruit.
Ik ging nadenken
En nog meer denken.
Ik liet Jezus weer binnen
En Hij heelde de wond in mijn hart.
Ik liet Gods Heilige Geest binnen
en Hij troostte mij.
Het hek ging dicht
En de sleutel ging naar Jezus.
Ik heb geleerd
Dat de mens schijnheilig kan zijn
En nooit te vertrouwen is.
Ik heb geleerd
Om enkel op God te bouwen
En vooral
Mezelf te blijven.

Deze puber kende broer.


Deed hem niets, mij niets en ik deed hem minder.

Broer ging weg, deze puber bleef puber tot broer terugkwam.

Broer kwam terug.

Veel leven intussen.

Weinig lieven maar één.

Liefde.
Hoop.
Waarschuwing.
Meer hoop.
Shit.





























































Nog steeds puber, maar Hoop.

3 opmerkingen: