
Waarom zeggen we eigenlijk niet meteen bij het voorstellen van een familielid de zijnde connectie? Maar al te vaak word je nogal omslachtig aan iemand voorgesteld:
Piet: Hey karel, dit is mijn oom.
Karel: Oh, is hij de broer van je vader?
Piet: Nee, hoe kom je daar bij?
Karel: Nou, omdat je zegt dat hij je oom is.
Piet: Ok dan, waterverf, in ieder geval heeft hij geen broodjeszaak in Bertem en hij is niet op zoek naar personeel. En aangezien jij geen werk zoekt dacht ik jullie dan maar aan elkaar voor te stellen.
Karel: Maar hij is dus geen familie van je?
Piet: Jawel, ik zei toch dat hij mijn oom is, maar je wil dus niet voor iemand werken die geen familie van me is?
Karel: Nee! Absoluut niet!
Piet: Waarom niet?
Karel: Waarom wat niet?
Piet: Waarom wil je niet voor iemand werken die geen familie van me is?
Karel: Dat zei ik helemaal niet! Ik zei het omgekeerde.
Piet: Oh, nou wordt ie mooi, je wil dus absoluut niet werken voor iemand die wèl familie van me is?
Karel: Nee.
Piet: Waarom niet? Heb je iets tegen mijn familie?
Karel: Nee, natuurlijk niet.
Piet: Waarom zeg je dat dan allemaal?
Karel: Omdat het mij weinig kan schelen of iemand familie van je is.
Piet: Oh. Maar Familie is best belangrijk hoor.
Karel:Vast.
Piet: Maar het geeft niet hoor, hij heeft toch geen broodjeszaak.
Karel: Dat zei je al.
Piet: Ik dacht het voor de goede orde nog even te moeten herhalen.
Karel: Dat dacht ik al.
Piet: Waarom vroeg je het dan?
Karel: Ik vroeg het niet.
Piet: Dat deed je wel!
Karel: Wat vroeg ik dan?
Piet: Is hij de broer van je vader?
Karel: Wie?
Piet: Mijn oom.
Karel: Waarom zou de broer van mijn vader jouw oom zijn?
Piet: Kerel…
Karel: Neen, ik heet Karel.
Piet: Dat weet ik.
Karel: Dat vermoedde ik al.
Piet: Waar is mijn oom nu naar toe?
Karel: Hij is een broodje gaan kopen.
Piet: Waar?
Karel: In die broodjeszaak in Bertem.
Piet: Maar die bestaat niet.
Karel: Ga je nog lang flauw doen?
Piet: Hoe bedoel je?
Karel: Of je nog lang uitspraken gaat doen die niet grappig zijn, maar wel zo bedoeld zijn.
Piet: Lach je me nu uit?
Karel: Neen, ik zei toch net dat het niet grappig was.
Piet: Oh, maar grapjes zijn belangrijk hoor.
Karel: Behalve over familie en ik zou dus graag hebben dat je stopt met mijn vader uit te lachen.
Piet: Ik zei helemaal niets over je vader, kan ik er iets aan doen dat hij al 10 jaar verkouden is?
Karel: Ik mag hopen van niet. Dat moet je niet aan mij vragen maar aan jezelf. Kan je er iets aan doen?
Piet: Aan wat?
Karel: Aan je oor, er hangt pus aan.
Piet: Oh sorry.
Karel: Geeft niet hoor, maar zwijg nu over je oom ok?
Piet: Mag ik nog een ding vragen?
Karel: Nog één ding dan.
Piet: Waar is je pa?
Karel: Je bedoelt je oom.
Piet: Nee, de jouwe.
Karel: Dat is dan jammer, je had al een vraag gesteld.
Piet: Ok.
0 Meningen:
Een reactie plaatsen