zondag 3 april 2011

Niet zuchten.

Een uit mijn oud doosje:

Door het raam keek hij en zag een route uitgestippeld.
Hij pakte zijn knapzak (jaja, we weten nog wat dat is) en haastte zich de deur uit, liep om zijn huis heen en stond stil.
Niets was zo afwezig op dat moment als de voor hem toen zo duidelijk zichtbare route, toen, nochtans niet zo lang geleden. Na de bevestiging van de tijd na te hebben gelezen op zijn zakhorloge besloot hij dat hij gelijk had! Het had uren geleken, de tijd die verstreek tussen zijn raam en nu, niets bleek minder zwaar op hem te wegen dan de conclusie die hem bijna ten val bracht. Twee minuten! Twee minuten, meer niet.

Teleurgesteld sjokte hij terug naar de voorkant (op dit moment de schaduwkant) van zijn huisje. Hij ging naar binnen, wierp zijn knapzak in de hoek die hem het liefst wou hebben, raapte een boek op van de grond en liet zich dan toch maar weer zakken in de uitgezakte fauteuil die door dit plotse gezak nog verder uitzakte en het dan maar begaf.

Kreunend teleurgesteld, los van hoop en doelloos als een gebruikte senseo-pad wankelde hij de trap op en begaf zich richting badkamer, waar hij zijn toch wel door koffie gevulde blaas ledigde in de daarvoor voorziene marmeren pot. Hij boog voorover om deze pot door te spoelen en bleef in deze beweging met zijn haren aan het haakje van de scheurkalender hangen. Dit haakje begaf het na jaren van trouwe dienst en lanceerde de kalender in het gele, nog net lauwe vocht, onderin die nog steeds marmeren pot.

Zuchten was overdreven op dit moment maar een glimlach kon er mee door. Met iets van spijt viste hij na drie doorspoelpogingen de kalender dan toch maar uit de pot, nu volledig doorweekt, de kalender dus, niet de pot, want hoe kan een marmeren pot doorweekbaar zijn?
Het woord doorwaadbaar kwam in zijn hoofd binnen en terwijl hij net had besloten om iets te verzinnen over een doorwaadbare wc-pot ging de deurbel. Nog steeds in zijn half teleurgestelde, half glimlachende gemoedstoestand vroeg hij aan de kalender waar de deurbel dan wel heen dacht tegaan, zo op dit uur van de dag.
Nadat de kalender hem op deze vraag geen antwoord gaf, spoedde hij zich langs de trap naar beneden, een spoor van gele vlekken achterlatend. Niet goed wetend wat hij met de kalender moest doen, propte hij het ding in de eerste de beste opening die hij zag. Klaar, weg ermee!

Na de deur te hebben geopend verstomde hij weer eens zoals hij wel vaker deed. De man aan de deur keek hem chagrijnig aan, gaf hem een stapel brieven en zei hem dat de postbode zich weer vergist had. Nu toch wel verbaasd over de bitsigheid van zijn buurman vroeg hij ernaar terwijl die allang weer wegliep. De laatste gele kalenderblaadjes van zijn voeten schuddend, riep hij nog: “Kijk maar eens uit je raam!”

Door het raam keek hij en zag een route uitgestippeld.

0 Meningen:

Een reactie plaatsen