vrijdag 17 februari 2012

Job in een notedob.


Job is goe bezig, hij bidt voor zijn kinderen, de duivel mag alles wegnemen, Job blijft goed bezig en verdedigt God. De duivel neemt nu ook zijn gezondheid weg. Job is depri, zijn vrienden komen nu om hem te troosten en raad te geven. Job klaagt over het leven.

Elifaz spreekt over verkeerd zaaien en dus verkeerd oogsten. De enige die je om hulp kan gaan vragen is God zelf. Hij heeft alle macht en is rechtvaardig.
Job zegt dat zijn vrienden hem niet begrijpen en begint weer te klagen, ook tegen God.

Bildad zegt dat de mensen die stierven dit overkwam door hun eigen schuld. Als je God zoekt, kan je weer opnieuw beginnen, je zal hierdoor groeien. Deze pijn zal niet blijven duren, alles heeft een oorzaak en ooit komt alles goed.
Job antwoord aan Bildad: “God handelt willekeurig, schuldig of onschuldig, iedereen gaat dood. En wat ik ook doe, niemand kan perfect zijn, dus waarom zou ik moeite doen?”
Zijn gedachte: “Geen rechter kan iets uitklaren tussen God en Job, er is namelijk niemand hoger of gelijk aan God.”

Job vraagt aan God om te mogen begrijpen:”U weet dat ik dit niet verdien, U hebt me gemaakt, is al dat werk van U dan voor niets geweest? Waarom maakte U me dan? Was ik er maar niet. Hou alstUblieft op met me te bestrijden.”

Zofar zegt dat Job teveel zeurt, Job snapt niet hoeveel God eigenlijk door de vingers ziet. Job mag blij zijn dat hij niet écht voor alles wordt gestraft. God is boven je begrip, stel Hem dan ook niet in vraag. Bekeer je liever en je ellende zal stoppen.
Job zegt: “De slechte wordt beloond, niet de goeie! Maar ik ben verdrukt en dus automatisch slecht ofwa? Ik ben niet slecht maar heb toch straf, zou dit niet omgekeerd moeten zijn, zoals jullie zeggen?
Waarom hebt U eigenlijk zoveel aandacht voor me God? All I am is dust in the wind… En het doet pijn Heer.

Elifaz zegt: “Ben jij de eerste mens? Ben jij zo slim? Je bent rebels, en doordat je mens bent zowiezo zondig. De goddeloze weet toch dat onheil hem wacht?
Job: “Ik zit in de shit! Waarom bemoedigen jullie me niet? Ik word verdrukt door God en kan hier ook alleen maar mee bij Hem terecht.
Ik ga sterven zonder hoop.

Bildad zegt: “De goddeloze zal vergaan, ja, de goddeloze wordt steeds achtervolgd door onheil en misérie.
Job: “Waarom blijven jullie op me pikken? Zelfs al zou ik afgedwaald zijn, het is God die me verdrukt. Iedereen keert zich van me af. Heb toch meelij met me vrienden!
Maar ik hoop op een verlosser, ik zal God zien!

Zofar zegt: “De goddeloze zal niet blijven overwinnen, al zijn slechtheid keert zich uiteindelijk tegen hem. Er is geen beloning voor zijn manier van leven.”
Job antwoordt: “De goddeloze leeft in weelde en blijft ongestraft, in zijn graf heeft hij trouwens evenveel maden als de godvrezende.

Elifaz zegt: “Job, je bent slecht, je deed geen goed, God ziet alles, bekeer je en volg God, dan krijg je vrede, door jou heen krijgt dan zelfs de schuldige vrede.”
Job antwoordt: “Ik zoek God zodat ik mezelf aan Hem kan verdedigen. Ik kan Hem alleen niet vinden, Hij vindt mij wel, en of! Ik ben bang voor Hem. Er zijn mensen die vluchten voor Zijn licht, ze leven in duister, maar ook hen ziet God.

Bildad zegt: “God is zo groot… elk mens is dus zowiezo onzuiver.”
Job:”God is nog veel groter dan wat jij wil bedoelen. En trouwens, ik ben oprecht!” Wijsheid is met niets op aarde te vergelijken, net als inzicht.

=>Psalm 111: De vreze des HEEREN is het beginsel van wijsheid, allen die ernaar handelen, hebben een goed inzicht; Zijn lof houdt voor eeuwig stand.

Job beschrijft zijn leven: “Ik was bangelijk goed en recht en geëerd. Toen kwam de misérie, nu lacht iedereen me uit, ze bespotten en bespuwen me. Zelfs God heeft zich tegen me gekeerd. Ik had toch steeds medelijden met anderen? Waarom nu dan niemand met mij?”
Job vraagt nu specifiek wat het juist is dat hij verkeerd deed. “Was het dit of dit of dit?” “Awel, Dan mag me dit en dit en dit overkomen!”

Eigenlijk zegt Job dat hij rechtvaardig is en niemand moet het wagen om iets anders te denken.
Bildad, Zofar en Elifaz zwijgen nu.

De jongere Elihu spreekt nu, hij is boos op Job en zijn vrienden.
“Jullie zijn zogezegd oud en wijs, maar wijsheid heeft niets met leeftijd of ouderdom te maken, het heeft met Gods inzicht te maken!”
“Job, ik hoorde dat je zei rechtvaardig te zijn, maar: Hoe kan een sterveling God ter verantwoording roepen?
De God die inderdaad de boze straft, is dezelfde God die de mens steeds herkansingen geeft. Na de bekering heft Hij je op naar Zichzelf toe. Dit doet Hij bij een mens twee à drie keer om de ziel van die mens te redden.”

“Onderzoek dit eens: Ik kan aan je zien Job, dat je omgaat met goddelozen, luister toch eens naar je eigen uitspraken van zelfbeklag.
God is niet goddeloos.
God is niet onrechtvaardig.
God is niet schuldig.
God is niet verderfelijk.
God is niet partijdig.
God ziet alles en iedereen, sta nu toch eens écht stil bij hoe groot God is!”

God spreekt:
“Was jij bij de schepping?
Weet jij hoe de natuur werkt en in stand wordt gehouden?
Heb jij dat gemaakt?
Zorg jij voor àlle dieren?
Ga jij mij ter verantwoording roepen?

Job vernedert zich en betuigt spijt.

God beschrijft monsters en draken en daagt Job uit.

Job: “U bent God en ik begreep er niks van.”

God geeft Elifaz, Bildad en Zofar onder hun voeten, Job moet voor hen bidden.

God zegent Job nog rijker dan voor dit alles.

Conclusie? God doet wat Hij wil, rechtvaardig en onpartijdig, heeft iedereen lief en schat oprechtheid en nederigheid zeer hoog in.

woensdag 15 februari 2012

dinsdag 14 februari 2012

Clouds in the gutter.


On the left, the road marking,
On the right, street pavement
In the middle, the reflection
of the clouds in the sky
in a puddle
in the gutter

woensdag 8 februari 2012

dinsdag 7 februari 2012

Leeuwenspoor.

Met de zon in m’n rug en een glimlach van voor
Weet ik niet wat er vandaag gebeurt, maar ik ga door.
De tijd om te twijfelen is nu voorbij,
Een ja of een nee graag, is wat Hij zei.

En niet een klein beetje van alletwee.
Dat heet dan misschien en wordt als vanzelf nee.
Of ooit op een dag, wat lauw en wat laf
Het spuwen voorbij, is daar plots je graf.

Maar met de Zoon aan m’n zij, Hij doet het voor,
Weet ik wat er vandaag gebeurt, als ik volg in Zijn spoor.
De tijd om te twijfelen is nu voorbij,
Een ja of een nee graag, is wat Hij zei.

vrijdag 3 februari 2012

Beïnvloed me.

Wrijf je Christusgelijkheid op me af.
Laat me leren, help me zoeken!
Vertel me wat je beter laat ,
en hoe het dan beter met je gaat.

Neem me mee in je diepste pijn,
en laat mij er dan voor je zijn.
Waardoor ik dan kan groeien,
terwijl jij laat bemoeien.

Geef me schoppen, maar richt ze goed,
niet algemeen en oppervlakkig,
maar schop me waar het er toe doet.

Laat me zien dat jij ook bang bent,
Voor jezelf en soms voor mij.

En als God je heeft geroepen,
verzwijg dat dan niet voor mij.

Geef me aandacht als een nood,
Die je anders aan jezelf vergooid.

Laat mij kijken in je hart en ruiken aan je angst.
Geef me de vleugels, die ik dan gebruik,
Om jou te ontmoeten, zorg dat je bezwijkt.

Maar doe niet alsof,
want dan wordt mijn blij,
een treurig gevoel van,
zo is het niet bij mij.

Want dan wil ik lijken
Op wat niet bestaat.
En ik wil niet gaan lijken,
Op wat dan ontstaat.

Ik zal ook niet schijnen,
alleen voor de schijn.
Laat alles verdwijnen,
Behalve in Hem te zijn.

Beïnvloed mij, en ik dan jou.
Zo kan God aan ons zeggen…

Dat Hij van ons houdt.